Spinozakring Lier
  • Home
    • Harold Foster Hallett
    • Spinozakenners van vroeger >
      • Alain V. De la raison >
        • Alain III. Des sentiments et des passions
    • Alain II. De Dieu et de l’âme
    • Spinozakenners van nu
    • English contributions >
      • Webster_PhysicsOfSpinoza
  • Leven
    • Spinozahuis Voorburg
    • Europa in de 17de eeuw
    • Kruispunt van Oost en West
    • Amsterdam >
      • Jodenvervolging in Spanje en Portugal
      • De Latijnse school >
        • Frans van den Enden - Biografie
      • Tekst van de ban
      • Spinoza's talenknobbel
    • Baruch de outcast >
      • Spinoza's vrienden
      • Rijnsburg >
        • Jean-Maximilien Lucas >
          • Lucas' biografie van Spinoza
      • Placaet van 1678
    • 's Gravenhage
    • De dood van Spinoza
    • Vroege biografen >
      • Jarig Jelles >
        • Voorreden Jarig Jelles
      • Johannes Colerus >
        • Colerus' biografie van Spinoza
      • Pierre Bayle >
        • Bayles biografie van Spinoza 1820
        • Bayles biografie vertaling 1697
  • Geschriften
    • Tractatus de Intellectus (TIE) >
      • TIE: Spinoza's levensproject >
        • AAN DE LEZER
        • INLEIDING
        • PARAGRAAF_1_17 >
          • Paragraaf_1
          • Paragraaf_2
          • Paragraaf_3
          • Paragraaf_4
          • Paragraaf_5
          • Paragraaf_6
          • Paragraaf_7
          • Paragraaf_8
          • Paragraaf_9
          • Paragraaf_10
          • Paragraaf_11
          • Paragraaf_12
          • Paragraaf_13
          • Paragraaf_14
          • Paragraaf_15
          • Paragraaf_16
          • Paragraaf_17
    • TP 04
    • Korte Verhandeling (KV) >
      • KV I.1
      • TP 10
      • KV I.2
    • Principiorum Philosophiae (PPCM)
    • Theologisch-politiek Traktaat (TTP) >
      • TTP_350jaar
    • Politiek Traktaat (TP} >
      • TP 01
      • TP 02
      • TP 03
      • TP 05
      • TP 08
      • TP 06
      • TP 07
      • TP 09
      • TP 11
      • Dubieuze passus in TP
    • Ethica (E} >
      • De korte Ethica >
        • Korte Ethica I
        • Korte Ethica II
        • Korte Ethica III
        • Korte Ethica IV
        • Korte Ethica V
      • Lezend in de Ethica - Overzicht >
        • God of materie?
        • Spinoza’s filosofie dient het leven
        • Ethica I, aanhangsel
      • Ethica handgeleid >
        • E_hgl_1
        • E_hgl_2
        • E_hgl_3
        • E_hgl_4
        • E_hgl_5
        • E_hgl_leestips
        • E_hgl_Passieleer
    • Brieven (EP} >
      • 1 korte verhandeling over God etc
      • 2 nieuwe brief-autograaf
      • 3 Vaticaans manuscript Ethica
    • Nagelate Schriften (NS) >
      • NS_VR01
      • NS_VR02
      • NS_VR03
      • NS_VR04
      • NS_VR05
      • NS_VR06
      • NS_VR07
      • NS_VR08
      • NS_VR09
      • NS_VR10
      • NS_VR11
      • NS_VR12
      • NS_VR13
      • NS_VR14
      • NS_VR15
      • NS_VR16
      • NS_VR17
      • NS_VR18
      • NS_VR19
      • NS_VR20
      • NS_VR21
      • NS_VR22
      • NS_VR23
      • NS_VR24
      • NS_VR25
      • NS_VR26
      • NS_VR27
      • NS_VR28
      • NS_VR29
      • NS_VR30
      • NS_VR31
      • NS_VR32
      • NS_VR33
      • NS_VR34
      • NS_VR35
      • NS_VR36
      • NS_VR37
      • NS_VR38
      • NS_VR39
      • NS_VR40
      • NS_VR41
      • NS_VR42
      • NS_VR43
  • Filosofie
    • Aan de lezer
    • Filosofische vooronderstellingen
    • Ethica
    • Ordine geometrico demonstrata
    • Metafysica
  • Blog Geen vrije wil? Mooi zo!
    • Blogindex
  • Lezen
    • Tolstoi en Spinoza
    • Spinoza en schriftvervalsing
    • Ieder zijn Spinoza
    • Mijn avontuur met het Operaportret
    • Over de twee Spinoza's
    • Brevieren... in Spinoza
    • Boeken die het leven veranderen?
    • Spinoza-light
    • De bronzen denker aan de Paviljoensgracht in den Haag
    • Spinoza en de Schone Letteren
    • Benjamin DeCasseres
    • Theun de Vries over Spinoza
    • De ethiek van Robert Misrahi in het spoor van Spinoza
    • Spinoza's Lieux de mémoire
    • De tekstdoolhof van Pierre Bayle
    • Vermeer en Spinoza
    • Gérard de Nerval, romantische naturalist
    • Graaf Stanislaus von Dunin-Borkowski S.J., Spinoza-pionier
    • Lord Bertrand Russell
    • Harold Foster Hallett (1886-1966)
    • Het dodenmasker van Spinoza...?
    • De Wereldbibliotheek en Spinoza
    • Spinoza en het humanisme
    • In memoriam Robert Misrahi
    • De niet genoemde
    • Pierre Bayle: République des Lettres
    • Ed Witten, de snaartheorie en Spinoza
    • Hobbes-Leviathan
    • Goeie, ouwe Machiavelli en Il Principe
    • Jacobi_steen_kikkerpoel
    • De belijdenis van Jarig Jelles
    • Spinoza en Kunst
    • Ethica 5 Sleutelbegrip
    • Spinoza en de vrije wil
    • Spinoza Longreads Spinoza en de Barok >
      • Oscar van Rompay
      • Het Huis van Oscar
      • Spinoza en Kunst
    • Bibliografie en links
    • De interlineaire Spinoza >
      • ILS_TIE
      • ILS-E
      • ILS-CGLH
  • Bibliofilie
  • Kalender/Contact
  • WSchuermans over Spinoza en Kunst
  • Goethe en Spinoza
  • Spinoza's Physical Theory Richard ManningNieuwe pagina
  • Geen vrije wil? Mooi zo!
  • Eindelijk in Rijnsburg!
  • Spinoza en de Stoa
  • Een vriendschapsverzoek
  • Spinoza, Masaniello en de Belgische Revolutie van 1830
  • Spinoza en de Barok
  • Spinoza-Masaniello
  • Nieuw licht over Spinoza's wijsbegeerte
  • I Inleiding
  • H.A. Wolfson, Spinoza and Religion
  • Sintenis-Altkirch
  • John Caird
  • Spinoza toe-geëigend...

Tractatus politicus
Dubieuze passus in het Politiek traktaat
Vertaling: Willy Schuermans

Hoofdstuk 1 - 2 - 3 - 4 - 5 - 6 - 7 - 8 - 9 - 10 - 11 - Dubieuze passus
​De feiten op een rij
Het gaat hier over een passus in de dertiende en laatste paragraaf van Hoofdstuk 9 van het Tractatus Politicus (TP, Politiek traktaat) en de vertaling ervan in De Nagelate Schriften van BDS (NS). In de context van de problematiek die beide genoemde teksten oproepen, wordt een derde tekst, namelijk § 35 van het zesde hoofdstuk van het TP te hulp geroepen.

De lezer kan hieronder kennis maken met de drie teksten in de originele versie. De Latijnse van de OP werden voorzien van een vertaling, de Nederlandse van de NS werd ‘hertaald’.
​
Eerste tekst: de volledige §13 van Hoofdstuk 9, zoals die afgedrukt staat in de Opera Posthuma (1677), de editio princeps (1).
Afbeelding
​Ik vertaal als volgt (2):
§ 9. Er rest alleen nog dat wij spreken over steden die niet zelfstandig zijn. Zijn die gelegen in een provincie of in een streek van het rijk zelf en hebben de inwoners dezelfde landaard en taal, dan moeten ze noodzakelijk, net als voorsteden, als delen van naburige steden worden erkend. Dat betekent dat elke stad onder het bestuurlijk gezag staat van deze of gene stad die zelfstandig is. De reden daartoe is dat in dit staatstype de patriciërs niet door de hoge raad van de staat worden verkozen, maar door de hoge raad van elke stad, die in elke stad overeenkomstig het aantal inwoners binnen de grenzen van hun stadsjurisdictie met meer of minder kunnen zijn (volgens art. 5 van dit hoofdstuk). Daarom is het dus noodzakelijk dat de menigte van een stad die niet zelfstandig is, wordt opgeteld bij de menigte van een andere die wel zelfstandig is en daarvan afhangt. Maar steden, op grond van oorlogsrecht veroverd en aangehecht bij de staat, die worden, eenmaal overwonnen en door grootmoedigheid aan banden gelegd, ofwel beschouwd als bondgenoten, ofwel moeten er kolonisten naartoe worden gezonden die stadsburgerschapsrecht genieten en moet de bevolking worden gedeporteerd of volledig uitgeroeid.

Het dubieuze tekstfragment waarover het in dit artikel verder zal gaan, is de zinsnede waarmee de paragraaf eindigt:
‘(...) & gens alio ducenda vel omnino delenda est.’ In vertaling komt dit neer op: ‘(...) en moet de bevolking worden gedeporteerd of volledig uitgeroeid.’

Lezers ervaren deze passus op een dubbele wijze als ‘dubieus’:
  1. de meeste commentatoren zijn van mening dat deze passus van het TP fout is, hoewel die editie in de OP steunt op (een niet bewaarde) autograaf van Spinoza, een manuscript dat, als wordt aangenomen, direct uit de nalatenschap van Spinoza kwam. Ze steunen hun mening op de andersluidende vertaling in de NS (zie infra);
  2. heel wat lezers zijn van mening dat deze tekst niet te rijmen valt met het beeld van ‘Spinoza’s zachtzinnigheid’ zoals ons die door vroege biografen en in de secundaire literatuur (al dan niet terecht) wordt voorgehouden. De passus is bovendien voor hedendaagse politiek-correcte lezers, die het Internationale Oorlogsrecht en de Verdragen over de Rechten van de Mens hoog in hun vaandel dragen, onverteerbaar. Dat ontlokt en voedt hun twijfel aan de authenticiteit van de passus die ze liever zien verdwijnen, dat spreekt.

Tweede tekst: de volledige § 13 van Hoofdstuk 9, zoals die afgedrukt staat in De Nagelate Schriften van BDS (1677), in de eerste Nederlandse vertaling van het TP (3):
Afbeelding
​Ik ‘hertaal‘ als volgt:
§ 13 Er rest ons nog te spreken over steden die niet zelfstandig zijn. Als ze in een provincie of ineen gewest van de staat gesticht werden en het inwoners met dezelfde landaard en taal zijn, dan moeten ze noodzakelijk dorpen of delen van naburige steden worden geacht, en wel zo dat ieder van hen door deze of gene soevereine stad wordt bestuurd. De reden daarvoor is dat de kiesraden niet door de hoogste raad van de staat, maar door de hoogste raad van iedere stad worden verkozen op basis van het aantal inwoners van elke stad, dat binnen de grenzen van het stadsrecht groter of kleiner kan zijn, zoals in het vijfde deel werd besproken En daarom is het noodzakelijk dat de menigte van die stad die niet soeverein is, gevoegd wordt bij de schatting van een menigte die wel soeverein is en door deze worden bestuurd. Maar steden die overeenkomstig het oorlogsrecht gewonnen zijn en onder het staatsgezag gebracht, moeten deelgenoten van de staat worden geacht en als welwillend, of men moet er kolonies die stadrecht genieten van maken en het volk elders zenden, of de plaatsen volledig vernietigen.

De Nederlandse versie van de dubieuze passus in de NS wijkt behoorlijk af van de Latijnse tekst in de OP.

​Derde tekst: de volledige § 35 van Hoofdstuk 6, van het TP, zoals afgedrukt in de Opera Posthuma (1677):
Afbeelding
​Ik vertaal als volgt:
§ 35 Oorlog wordt alleen gevoerd om de vrede te winnen. Als de oorlog eindigt, zwijgen de wapens. Aan steden die naar oorlogsrecht veroverd zijn en aan de overwonnen vijand moeten vredesvoorwaarden worden opgelegd om ervoor te zorgen dat in de veroverde steden geen garnizoenen dienen gelegerd. Wel wordt aan vijanden die een vredesverdrag sloten de mogelijkheid geboden om die voor een losprijs vrij te kopen. Ze moeten evenwel meteen worden verwoest en de bewoners afgevoerd naar andere streken als ze door hun strategische ligging een blijvend gevaar vormen in de rug.

Twee opmerkingen:
  1. De laatste zin van deze paragraaf voorziet in vernietiging van steden die een gevaar blijven vormen en in de transportatie van de bevolking, niet in hun uitroeiing.
  2. De vertaling van deze paragraaf in de NS volgt de Latijnse versie op de voet: 
Afbeelding
Ik ‘hertaal’ als volgt:
§ 25 De oorlog dient alleen begonnen en gevoerd te worden om vrede te sluiten. Als die beëindigd is, mogen de wapens worden neergelegd. Voor steden die door het oorlogsrecht veroverd zijn en nadat de vijand onderworpen is, moeten vredesvoorwaarden worden ingesteld die het mogelijk maken om in de veroverde steden geen militaire bezetting te handhaven, maar dat men wel aan de vijand die de vrede heeft aanvaard, toelaat om zich voor geld weer te vrij te kopen ofwel, als men de stad vreest en altijd met schrik leeft, dan moet die volledig worden vernietigd en de bevolking naar elders worden gedeporteerd.
 
Giswerk
Tot daar de originele bronteksten. Wie de dubieuze passus in de teksten van § 13 van hoofdstuk 9 in de twee edities van 1677 vergelijkt, merkt dus dat de Nederlandse vertaling van de NS, als boven al aangegeven, NIET overeenstemt met Latijnse tekst in de editio princeps:
OP: (…) & gens alio ducenda, vel omnino delenda est/ (..) en moet de bevolking worden gedeporteerd of volledig uitgeroeid.
werd in de NS vertaald als volgt:
(…) het volk elders zenden of de plaatsen helemaal verwoesten.
Het verwoesten slaat in de vertaling van de NS niet meer op het volk maar op de plaatsen, d.w.z. de nederzettingen, de steden.

Twee vragen dringen zich op:
  1. Waarom wijkt de Nederlandse vertaling in de NS af van de Latijnse tekst in de OP?
  2. Waarom voorziet de OP in het kader van de behandeling van de monarchie en de oligarchie differente oplossingen voor een verslagen, maar niet te vertrouwen, lokale bevolking?
 
Over de eerste vraag
Om de tekstdivergentie tussen origineel en vertaling te verklaren, kunnen volgende drie hypotheses worden geformuleerd:

1 De gelijkvormigheidshypothese
De eerste hypothese, die ik ‘gelijkvormigheidshypothese’ noem, houdt het volgende in:
- De tekst van de autograaf die werd gebruikt voor de druk van de OP én de tekst die de vertaler gebruikte (eventueel in afschrift), waren inhoudelijk eensluidend.
- Maar de vertaler, naar alle waarschijnlijkheid Jan Hendriksz. Glazemaker (4), besluit dat Spinoza zich vergist omdat hij hier een tegenspraak opmerkt met een gelijkaardige passus in het hoofdstuk 6, § 35 van het traktaat, waar een vernietiging van het volk NIET aan de orde was.
- De vertaler corrigeert zijn vertaling en bracht de passus in de tekst van § 13 van hoofdstuk 9 in overeenstemming met de vergelijkbare passus in de tekst van § 35 van hoofdstuk 6.

2 De kopiehypothese
De tweede hypothese, die ik ‘kopiehypothese’ noem, houdt het volgende in:
  • De passus in de autograaf stemt overeen met de tekst van de passus in de OP, maar de vertaler gebruikte een kopie van de autograaf met een afwijkende passus.
  •  De vertaler vertaalt zondermeer wat er staat in de afwijkende kopie.
Het is bekend dat Spinoza’s geschriften (geheel of gedeeltelijk) circuleerden onder vrienden. Glazemaker behoorde tot Spinoza’s vriendenkring. Het is dus denkbaar dat hij een afschrift gebruikte waarin de afwijkende passus wel degelijk te lezen stond.

3 De vergissingshypothese
De derde hypothese, die ik ‘vergissingshypothese’ noem, heeft twee varianten en houdt het volgende in:
  • a) Het betreft in casu een vergissing van de zetter: het origineel manuscript gebruikt door zetter van de OP en door vertaler (eventueel in kopie) bevat een tekst die de vernietiging van de nederzetting poneert. De zetter maakt evenwel zetfouten die in het Latijn de vernietiging relateren aan de bevolking, NIET aan de nederzetting.
  • b) het betreft in casu een vergissing van Spinoza: de inhoudelijke tegenspraak tussen de passus van §13 van hoofdstuk 9 en de vergelijkbare passus van § 35 van hoofdstuk 6 berust op een redactionele vergissing van Spinoza of op een gewijzigde mening.

De (a)-hypothese impliceert een herstel (amendering) van de foute tekst en dus extra giswerk.
De (b)-hypothese is eenvoudiger:
  1. Het is denkbaar dat Spinoza in de loop van de tekstredactie zijn mening over de behandeling van onbetrouwbare steden wijzigde. Het is niet uit te maken welke van de twee opvattingen Spinoza écht voorstond.
  2. Het TP is het laatste geschrift van Spinoza. Het kon door zijn overlijden niet worden voltooid. Het is dus ook denkbaar dat daardoor de finale verbetering wat zijn pluim al aan het papier had toevertrouwd, niet meer kon worden uitgevoerd.​


Over de tweede vraag
Wie in de Latijnse tekst de passussen leest in § 35 van hoofdstuk 6 en in § 13 van hoofdstuk 9, stelt vast dat Spinoza twee ultieme strafmatregelen voorziet t.a.v. een bevolking die de staat kan (blijven) bedreigen:
- in het kader van zijn visie op de inrichting van de monarchie poneert hij de vernietiging van de stedelijke nederzetting;
- in het kader van zijn visie op de inrichting van een oligarchie poneert hij, als gezegd, de vernietiging én van de stad én van de bevolking.
Mijn gelijkvormigheidshypothese stelt dat de dubieuze passus in § 13 van hoofdstuk 9 een correcte weergave is van het originele manuscript. In het kader van deze hypothese kan dan gevraagd worden:
(1) is het überhaupt denkbaar dat Spinoza schreef wat er gedrukt staat in de eerste Latijnse editie van het TP?
(2) waarom voorziet de OP in het kader van de behandeling van de monarchie en de oligarchie differente oplossingen voor een verslagen, maar niet te betrouwen, lokale bevolking? Waarom voorziet Spinoza in zijn politieke filosofie m.b.t. dezelfde situatie differente oplossingen voor de monarchie en voor de oligarchie?

Nog meer giswerk
Omdat over beide kwesties in de bronnen hoegenaamd niets te vinden is, zijn we alweer op giswerk aangewezen. Daarbij mag niet worden vergeten wat Spinoza met zijn TP beoogde: zijn bedoeling is, om voor elk van de drie klassieke staatsvormen (de monarchie, de oligarchie en de - onvolledig behandelde - democratie), een staatsinrichting te beschrijven die de beste garantie biedt voor het behoud van de vrede in de samenleving én voor het behoud van de macht van de politici.

Wat betreft bovenstaande vraag (1). Is het denkbaar dat Spinoza echt van mening was dat een politiek/militair onbetrouwbare lokale bevolking in het belang van een oligarchisch bewind helemaal (omnino) moest worden uitgeroeid? Valt dit te rijmen met Spinoza’s veel geprezen ‘zachtmoedigheid’?
Om tot een onderbouwde gissing te komen, kunnen historische zowel als filosofische argumenten worden opgedist:

Historische argumenten
1 Elke militair-historicus weet dat de Romeinse uitroep ‘Vae victis! (Wee de overwonnenen!) een waarheid verkondigt die zo oud is als de mensheid. Hij beschikt over rijke materiële en geschreven bronnen om dat historisch-wetenschappelijk te bewijzen. Wie het met eigen ogen plastisch uitgebeeld wil zien, verwijs ik naar Egyptische muurschilderringen die overwinningen van farao’s uitbeelden en naar gruwelijke Assyrische bas-reliëfs die weinig aan de verbeelding overlaten: het was in die tijden gebruikelijk dat overwonnen steden werden verwoest en dat alle bewoners (of een deel ervan) werden afgeslacht.          
2 Als lezer en bezitter van een exemplaar van Caesars de Bello Gallico  wist Spinoza dat ook Caesar niet altijd zachtzinnig omsprong met overwonnen Gallische stammen. En in zijn exemplaar van Vergilius las hij vast ook wat de dichter zag als de hoogste militair-politieke opdracht van Rome:
                                                  parcere devinctos debellare superbos
te vertalen en te begrijpen als: de overwonnenen sparen, de hoogmoedigen (zij die zich niet willen gewonnen geven) debellare, d.w.z. te gronde richten/vernietigen (5). Wie zich keurig gedroeg, kon dus rekenen op Romeinse clementie; wie dat niet deed, mocht het ergste verwachten: iedereen weet wat er met Carthago gebeurde...
3 De Tachtigjarige Oorlog (1568-1648). Spinoza kende de geschiedenis en kon niet onwetend zijn over de wreedheden die de Spaanse tercios  (hun devies: Viva la muerte!) in de Nederlanden begingen t.a.v. de bewoners van dorpen en steden.
4 De Dertigjarige Oorlog (1618-1648): Spinoza maakte als tiener het einde van de Dertigjarige Oorlog mee en was ongetwijfeld op de hoogte van de wreedheden die begaan werden t.a.v. de burgerbevolking van dorpen en steden: soms werden die met de grond gelijkgemaakt en werd de bevolking geheel of gedeeltelijk omgebracht. Spinoza’s ‘dubieuze passus’ sluit dus aan bij de realiteit van zijn dagen.
Zo waren de militaire zeden in vervlogen eeuwen en zo zijn ze helaas ook nog heden ten dage...

Bijbelse en filosofische argumenten
1 Spinoza was een uitmuntend Bijbelkenner. Het verhaal van Sodoma en Gomorra bewijst dat ook Jahweh, meedogenloos en wreed, niet aarzelt om strafexpedities of wraakacties te ondernemen tegen steden en hun bevolking (Genesis 19, 24–25).
2 Spinoza maakt in zijn filosofie, net als Niccoló Machiavelli (1469-1527), altijd een onderscheid tussen politiek en ethiek. In de politiek gelden voor hen andere normen. Spinoza stelt dat het recht van een machthebber of van een staat zover reikt als hun macht het toelaat. Zijn opvatting ‘recht = macht’ klinkt verre van sympathiek maar is voor hem een evident natuurrecht. Dat stedenbedwingers steden met de grond gelijkmaken en de bevolking deporteren of zelfs ombrengen, is in deze rechtsopvatting het goed natuurlijk recht van elke militaire machthebber die ertoe in staat is. Uitroeiing van een stedelijke bevolking is dus in de filosofische context van Spinoza geen punt.
Op grond van dit alles, zo denken wij, is het niet onmogelijk en zelfs niet vreemd, dat Spinoza wel degelijk in deze specifieke context wilde stellen dat de bevolking van onderworpen steden die voor het regime een dreiging konden vormen, uitgeroeid moest worden.
​
Wat betreft bovenstaande vraag (2). In het kader van mijn gelijkvormigheidshypothese blijft nog de tweede vraag: waarom een differente behandeling voor (gevaarlijke) verslagenen in monarchieën en in oligarchieën? Als de TP-tekst van de OP correct is, en het hier geen ongewilde tegenspraak betreft, dan had hij blijkbaar filosofisch-politieke redenen om ongezeglijke steden in oligarchieën strenger aan te pakken dan in monarchieën. Wat die redenen waren, is ons niet bekend en alleen maar te achterhalen met nog meer giswerk, in het beste geval ondersteund met geloofwaardige argumenten. De lezer begrijpt onderhand dat het ook in deze niet meer mogelijk is om uit te maken hoe de vork aan de steel zat.
 
Kritiekloze overname van de tekstbezorgers en vertalers van de OP
Opvallend is het dat van 1677 tot in 1925 de dubieuze passus in het TP, zoals afgedrukt in de Opera Posthuma, de lezing dus volgens dewelke de bevolking ‘helemaal’ moest worden uitgeroeid, in tekstedities en vertalingen NIET in vraag werd gesteld.
In de tekstedities die na de editio princeps van 1677 volgden, werd gedwee de lezing van de OP gevolgd. De in hun tijd gezaghebbende tekstedities als die van Paulus, de eerste na die van de OP, en die van Bruder en die van Vloten en Land, drukken de tekst af zoals die staat in de editie van de OP. Een verklaring hiervoor kan mogelijk worden gezocht in de relatieve onbekendheid van die Duitse tekstbezorgers met de allereerste Nederlandse vertaling van het Tractatus Politicus in De Nagelate Schriften. Maar dat geldt uiteraard niet voor van Vloten en Land.

Ook vroege vertalers als Auerbach  (1841) en Meyer (1901) vertalen netjes de tekst van de OP:
Afbeelding
Afbeelding
​(ex libris W.S.)
Auerbach: ‘... oder Kolonien mit allen Rechten und Freiheiten dahin geschickt und das Volk verplantzt oder (müss) ganz vertilgt werden.’ (6)

Meijer: ‘... of men moet er volksplantingen heenzenden die dan in het genot van de burgerschapsrechten treden, en de oorspronkelijke bewoners wegvoeren of uitroeien (1).’ (7)
​
Willem Meijer vindt de uitroeiing niet ongewoon, want hij stelt in zijn voetnoot (1): ‘Dit was de gewoonte der Oude
Hebreeuwen in Palestina, der Hollanders op Java en der Engelschen in Egypte.’
​
​Maar zie: kort na de Eerste Wereldoorlog beweegt er wat in de wereld van Spinoza-edities.
 
1925 een keerpunt
De man die de TP-passus 9, 13 van de Opera Posthuma als eerste wat dieper onderzocht, was de onvolprezen Spinoza-pionier Dr. Carl Gebhardt (1881-1934). Deze Duitse Spinoza-exegeet kende voldoende Nederlands om de 17de-eeuwse tekst van De Nagelate Schriften te kunnen bestuderen. Hij nam uiteindelijk geen vrede met de tekstdiscrepantie tussen OP en NS. Hij wijzigde de slotzin van TP, 9, 13 als volgt:
AfbeeldingCarl Gebhardt
‘At urbes jure belli captae, & beneficio victe obligandae, vel Coloniae, quae jure Civitatis gaudeant, eo mittendae, & et gens alio ducenda, vel urbs omnino delenda est.’ (8).  Gebhardts voegt dus het woord urbs toe aan de tekst. Hoe verantwoordt Gebhardt deze tekstingreep?
‘Danach hat also Spinoza zwei Möglichkeiten ins Auge gefasst, zunächtst das die Bevölkerung exiliert und durch Colonisten ersetzt wird, sodann das die Städte aufgelassen werden, in welchem falle ihre Bevölkerung natürlich auch exiliert wird.

Danach dürfte im Text urbs zu ergänzen sein. Diese Ergänzung bestätigt auch die analoge Stelle 306, 16-20 captae urbes... prorsus delendae sunt, et incolae alio locorum ducendi.‘ (9)

Hij verwijst naar de vertaling van de NS en besluit dat de Latijnse tekst fout is, vandaar zijn ‘Ergänzung’, zijn aangevulde tekstversie. Hij vermoedt kennelijk dat de tekstzetter in 1677 het kleine woordje urbs vergat. Spinoza had het in deze passus, volgens Gebhardt, over de vernietiging van steden, niet over de algehele uitroeiing van een stedelijke bevolking. De Latijnse passus die de uitroeiing van de plaatselijke bevolking voorhoudt, vindt Gebhardt niet stroken met Hoofdstuk 6, § 35 en viel voor hem waarschijnlijk ook moeilijk te rijmen met Spinoza’s ‘zachtzinnig’ karakter, een inmiddels door de traditie vastgeklikt cliché, waartegen overigens wel wat kan worden ingebracht...
 
Verdeelde meningen
Carl Gebhardts lezing werd nadien vaak nagevolgd en vertaald. Twee voorbeelden uit de Franse Spinoza-literatuur:
  • Madeleine Francès (1954): ‘…, tandis que la population d’origine sera déportée ailleurs.’ Een voetnoot verwijst naar de ‘gelukkiger’ versie van de NS (10).
  • Bernard Pautrat (2022): ‘ …, et conduire ailleurs leur population, soit les (villes) détruire entièrement’. Geen toelichtende voetnoot. Het betreft hier de herziene vertaling van 2013. In zijn eerste versie staat op blz. 131 dezelfde tekst eveneens zonder toelichtende voetnoot (11).

AfbeeldingPaolo Cristofolini
​ De Italiaanse Spinozakenner Paolo Cristofolini (1937-2020) roeide in 1999 tegen de stroom op: hij gaf toen een Latijns-Italiaanse editie uit van het Politiek Traktaat, waarin hij de lezing van de OP bewaarde met de toelichting dat het hier ging om ‘crudezze machiavelliche’ (machiavelliaanse wreedheden). Maar zie: in de tweede editie van 2011 verandert hij van mening. Cristofolini besluit dat de lezing van de NS gerechtvaardigd is en dat die primeert op die van de OP. Hij wijzigt daarom in die tweede editie het einde van de paragraaf in vel omnino delendae: de vernietiging slaat nu op steden, niet op mensen (12). Zijn lezing steunt op de tekstwijziging van O. Proietti (zie infra), die deze materie bestudeerde.

Op blz. 14 van de inleiding van Cristofolini’s nieuwe editie verantwoordt hij zich als volgt:
  1. de inhoudelijke analogie met Hfst. 6, 35 van het TP;
  2. het Latijnse woord delere wordt vooral gebruikt voor het vernietigen van materiële dingen, niet van mensen: maar zelfs in het eerste het beste Latijns schoolwoordenboek als bijvoorbeeld in onze taal dat van Müller, lees je dat het woord ook op ‘hostes’, vijanden kan worden toegepast... (13);
  3. mogelijk kan een vergissing van de zetter in het spel zijn geweest die i.p.v. delendae (met betrekking op steden), delenda est (met betrekking op het volk) heeft gezet...: hier wordt dus verondersteld dat de letterzetter van 1677 zich in het manuscript op delendae verkijkt en dat hij bovendien een goed Latinist is, die delere correct vervoegt en in zijn tekstblok delenda est zet...  We vergeten hierbij voor het gemak dat letterzetters in de regel technisch lezen en geen aandacht schenken aan de betekenis van wat ze zetten...

​In recente Nederlandse vertalingen werd ook voor de NS-lezing gekozen: de Vlaamse vertaler Karel D’Huyvetters maakt ‘de steden met de grond gelijk’ maar doet dit met toevoeging van een voetnoot die de lezer een caute voorhoudt (14); de Nederlandse vertaler Maarten van Buuren leest ’ofwel moeten ze met de grond worden gelijkgemaakt.’ Ook hij voegt een voetnoot toe die de lezer goed informeert over de tekstproblematiek (15).

AfbeeldingP.-Fr. Moreau
De meest recente wetenschappelijk teksteditie van het Tractatus Politicus verscheen in 2015 als deel 6 van de Oeuvres Complètes de Spinoza, die o.l.v. P.-Fr. Moreau, die nu door de bank als de meest gezaghebbende Spinoza-editie wordt beschouwd. De Latijnse tekst werd bezorgd door O. Proietti (zie boven) die zijn amendering handhaaft (16):
        
‘At urbes jure belli captae, et quae imperio accesserunt, vel uti imperii sociae habendae et beneficio victae obligendae, vel coloniae, quae jure civitatis gaudeant, eo mittendae et gens alio ducenda, vel omnino delendae.’
​

De tekstverbetering van Proietti verandert, als eerder gezegd, het laatste woord van de paragraaf delenda (enkelvoud) in delendae (meervoud). Dit meervoud slaat in zijn lezing dus op de steden. Hoewel het Latijn erg flexibel is over toegelaten woordorde, staat het voorwerp van delendae namelijk urbes -de steden- jure belli captae, wel onnatuurlijk ver van het werkwoord. Ik kan me hier niet van de indruk ontdoen dat Proietti zijn Latijnse grammatica inruilde voor een portie welwillendheid...
​
De vertaling in deze teksteditie is van Charles Ramond. Hij vertaalt op blz. 253 de passus die ons interesseert als volgt:
‘Quant aux villes conquises par droit de guerre et annexées à l’Etat, on devra ou bien les considérer comme alliés de l’Etat, et après leur défaite, se les attacher par des bienfaits ; ou bien y installer des colonies jouissant du droit de cité, en exilant les nationaux ; ou bien enfin les détruire de fond en comble ;’ 

AfbeeldingO. Proietti
​ Zoals het hoort in een ‘wetenschappelijke’ teksteditie, plaatst de vertaler hier een uitvoerige noot bij zijn vertaling die verwijst naar een basisartikel over deze materie, geschreven door co-editor O. Proietti (17). Die uitvoerige noot resumeert de visie van Proietti. De tekstwijziging die hij voorstelde en overgenomen werd door zijn landgenoot Cristofolini kwam al ter sprake, samen met diens bedenking dat het werkwoord delere in het Latijn meestal gebruikt wordt als het over steden gaat.  Welzeker, elke latinist kent de uitspraak van Cato de Oudere (234-149 v.C.) over Carthago: ceterum censeo Carthaginem esse delendam, waarin het werkwoord delere op de stad Carthago wordt toegepast. ... Maar, als boven al werd gezegd, iedereen kan zich vergewissen dat geen lexicograaf uitsluit dat het werkwoord ook op mensen kan worden toegepast, een zwak argument dus. De meeste commentatoren vallen zijn ‘tekstverbetering’ bij, maar de twijfel blijft...
​
                                                                              ****

Afbeelding(ex libris W.S.)
​ Moreau locutus, causa finita...?  Hebben de recentste editors van het Tractatus Politicus met hun keuze voor een tekstamendering het laatste woord gesproken over de betwistte passus? Zeer waarschijnlijk niet, omdat over deze kwestie geen enkele zekerheid bestaat, zodat meningsverschillen (en de erbij behorende pennenstrijd) altijd zullen blijven bestaan: als ratio ontbreekt, heerst fantasie, om het met Spinoza te zeggen... Tot hier het verhaal van een dubieuze en wat aangebrande passus in Spinoza’s Politiek traktaat.

​
Als onbevooroordeelde onderzoeker kan ik mij niet van de indruk ontdoen, dat in het verleden (vooral in het recente verleden) tekstbezorgers en vertalers graag gebruik maakten van onbewijsbare en niet altijd gave argumenten, om zich te ontdoen van een tekstpassus met een voor Spinoza-aanbidders onwelgevallige boodschap.

Besluit
Een meerderheid van recente vertalers en commentatoren gelooft dat de tekst van hoofdstuk 9, § 13 in fine van het TP, zoals afgedrukt in de OP, fout is en dat een tekstwijziging zich dus opdringt. Maar de lezer zal onderhand hebben begrepen dat aan de hand van de huidige bronnen absoluut NIET is te achterhalen hoe in deze delicate passus-case, de vork echt aan de steel zit.

Op grond van mijn ‘vergissings-hypothese, variant (b)’ geloof ikzelf in de authenticiteit van de tekstversie van de OP. Anders gezegd, ik geloof dat de Latijnse versie van de OP overeenstemt met de tekst van het nu zoekgeraakte of definitief verloren manuscript dat werd gebruikt door de tekstzetter in 1677.

De enige tekstwetenschappelijk verantwoorde oplossing is de TP-tekst van de OP in tekstedities en vertalingen te behouden met verwijzing in voetnoot naar de problematiek over de dubieuze passus. Dit is, meen ik, in deze duistere en voor sommigen onverkwikkelijke kwestie, een even eerlijke als acceptabele oplossing. Wie een duidelijke Latijnse brontekst (in casu de enige!) wijzigt op grond van aanvechtbare hypotheses of omdat het hem niet zint (als o.a. Zac) is een tekstvervalser.

In mijn vertaling op deze site (zie Geschriften/TP) heb ik er indertijd voor gekozen om de tekst van de OP te accepteren én te vertalen. Maar ik voeg er nu een voetnoot aan toe met verwijzing naar dit artikel.
 
Willy Schuermans                                                                                                
19.07.23      
 
Noten
(1) Deze editie is digitaal beschikbaar: https://play.google.com/books/reader?id=vpxnAAAAcAAJ&pg=GBS.PP8
(2) Zie op deze site mijn vertaling van het Politiek Traktaat..
(3) Deze editie is digitaal beschikbaar: https://play.google.com/books/reader?id=4IRMAAAAcAAJ&pg=GBS.PA6
(4) De vertaler was zeer waarschijnlijk Glazemaker, maar een sluitend historisch bewijs ontbreekt.
(5) In de inventaris van Spinoza’s bibliotheek, opgesteld kort na diens overlijden, wordt een editie van Caesar en Vergilius vermeld.
(6) B.d. Spinoza’s sämtliche werke, Berthold Auerbach, vierter band, Stuttgart, 1841, blz. 182.
(7) Benedictus de Spinoza, Staatkundig vertoog, uit het Latijn door W. Meijer, Amsterdam, 1901, blz. 155.
(8) Spinoza opera, III, C. Gebhardt, Heidelberg, 1925, blz. 351.
(9) Spinoza opera, III, C. Gebhardt, Heidelberg, 1925, blz. 430.
(10) Spinoza, Traité de l’autorité politique, trad. Madeleine Francès, in Spinoza, Œuvres complètes, Paris, 1954, blz. 1031 (Bibliothèque de la Pléiade, oude editie).
(11) Spinoza, Traité Politique, trad. Bernard Pautrat, in Spinoza, Oeuvres Complètes, Paris, 2022, blz. 987 (Bibliothèque de la Pléiade, nieuwe editie). Eerste versie: Spinoza, Traité politique, Paris, 2013.
(12) Baruch Spinoza, Trattato politico, Edizione critica del testo latino e traduzione italiana a cura di Paolo Cristofolini, sec. ed., Pisa, 2011, blz. 212.
(13) Müller-Renkelman, Beknopt Latijns-Nederlands woordenboek, Groningen, 1951, blz. 240.
(14) Benedictus de Spinoza, Staatkundige verhandeling, uit het Latijn vertaald en toegelicht door Karel D’Huyvetters, Amsterdam, 2014, blz. 238-239.
(15) Spinoza, Politiek traktaat, vertaald, ingeleid en toegelicht door Maarten van Buuren, Amsterdam, 2020, blz. 216.
(16) Spinoza, Oeuvres, V, Tractatus Politicus, Traité Politique, Edition publiée sous la direction de Pierre-François Moreau, Paris, 2015, blz. 252.
(17) Spinoza, Oeuvres, V, Tractatus Politicus, Traité Politique, Edition publiée sous la direction de Pierre-François Moreau, Paris, 2015, blz.. 305-307.


< Hoofdstuk 11                                                                                                     
Inleiding >
Powered by Create your own unique website with customizable templates.
  • Home
    • Harold Foster Hallett
    • Spinozakenners van vroeger >
      • Alain V. De la raison >
        • Alain III. Des sentiments et des passions
    • Alain II. De Dieu et de l’âme
    • Spinozakenners van nu
    • English contributions >
      • Webster_PhysicsOfSpinoza
  • Leven
    • Spinozahuis Voorburg
    • Europa in de 17de eeuw
    • Kruispunt van Oost en West
    • Amsterdam >
      • Jodenvervolging in Spanje en Portugal
      • De Latijnse school >
        • Frans van den Enden - Biografie
      • Tekst van de ban
      • Spinoza's talenknobbel
    • Baruch de outcast >
      • Spinoza's vrienden
      • Rijnsburg >
        • Jean-Maximilien Lucas >
          • Lucas' biografie van Spinoza
      • Placaet van 1678
    • 's Gravenhage
    • De dood van Spinoza
    • Vroege biografen >
      • Jarig Jelles >
        • Voorreden Jarig Jelles
      • Johannes Colerus >
        • Colerus' biografie van Spinoza
      • Pierre Bayle >
        • Bayles biografie van Spinoza 1820
        • Bayles biografie vertaling 1697
  • Geschriften
    • Tractatus de Intellectus (TIE) >
      • TIE: Spinoza's levensproject >
        • AAN DE LEZER
        • INLEIDING
        • PARAGRAAF_1_17 >
          • Paragraaf_1
          • Paragraaf_2
          • Paragraaf_3
          • Paragraaf_4
          • Paragraaf_5
          • Paragraaf_6
          • Paragraaf_7
          • Paragraaf_8
          • Paragraaf_9
          • Paragraaf_10
          • Paragraaf_11
          • Paragraaf_12
          • Paragraaf_13
          • Paragraaf_14
          • Paragraaf_15
          • Paragraaf_16
          • Paragraaf_17
    • TP 04
    • Korte Verhandeling (KV) >
      • KV I.1
      • TP 10
      • KV I.2
    • Principiorum Philosophiae (PPCM)
    • Theologisch-politiek Traktaat (TTP) >
      • TTP_350jaar
    • Politiek Traktaat (TP} >
      • TP 01
      • TP 02
      • TP 03
      • TP 05
      • TP 08
      • TP 06
      • TP 07
      • TP 09
      • TP 11
      • Dubieuze passus in TP
    • Ethica (E} >
      • De korte Ethica >
        • Korte Ethica I
        • Korte Ethica II
        • Korte Ethica III
        • Korte Ethica IV
        • Korte Ethica V
      • Lezend in de Ethica - Overzicht >
        • God of materie?
        • Spinoza’s filosofie dient het leven
        • Ethica I, aanhangsel
      • Ethica handgeleid >
        • E_hgl_1
        • E_hgl_2
        • E_hgl_3
        • E_hgl_4
        • E_hgl_5
        • E_hgl_leestips
        • E_hgl_Passieleer
    • Brieven (EP} >
      • 1 korte verhandeling over God etc
      • 2 nieuwe brief-autograaf
      • 3 Vaticaans manuscript Ethica
    • Nagelate Schriften (NS) >
      • NS_VR01
      • NS_VR02
      • NS_VR03
      • NS_VR04
      • NS_VR05
      • NS_VR06
      • NS_VR07
      • NS_VR08
      • NS_VR09
      • NS_VR10
      • NS_VR11
      • NS_VR12
      • NS_VR13
      • NS_VR14
      • NS_VR15
      • NS_VR16
      • NS_VR17
      • NS_VR18
      • NS_VR19
      • NS_VR20
      • NS_VR21
      • NS_VR22
      • NS_VR23
      • NS_VR24
      • NS_VR25
      • NS_VR26
      • NS_VR27
      • NS_VR28
      • NS_VR29
      • NS_VR30
      • NS_VR31
      • NS_VR32
      • NS_VR33
      • NS_VR34
      • NS_VR35
      • NS_VR36
      • NS_VR37
      • NS_VR38
      • NS_VR39
      • NS_VR40
      • NS_VR41
      • NS_VR42
      • NS_VR43
  • Filosofie
    • Aan de lezer
    • Filosofische vooronderstellingen
    • Ethica
    • Ordine geometrico demonstrata
    • Metafysica
  • Blog Geen vrije wil? Mooi zo!
    • Blogindex
  • Lezen
    • Tolstoi en Spinoza
    • Spinoza en schriftvervalsing
    • Ieder zijn Spinoza
    • Mijn avontuur met het Operaportret
    • Over de twee Spinoza's
    • Brevieren... in Spinoza
    • Boeken die het leven veranderen?
    • Spinoza-light
    • De bronzen denker aan de Paviljoensgracht in den Haag
    • Spinoza en de Schone Letteren
    • Benjamin DeCasseres
    • Theun de Vries over Spinoza
    • De ethiek van Robert Misrahi in het spoor van Spinoza
    • Spinoza's Lieux de mémoire
    • De tekstdoolhof van Pierre Bayle
    • Vermeer en Spinoza
    • Gérard de Nerval, romantische naturalist
    • Graaf Stanislaus von Dunin-Borkowski S.J., Spinoza-pionier
    • Lord Bertrand Russell
    • Harold Foster Hallett (1886-1966)
    • Het dodenmasker van Spinoza...?
    • De Wereldbibliotheek en Spinoza
    • Spinoza en het humanisme
    • In memoriam Robert Misrahi
    • De niet genoemde
    • Pierre Bayle: République des Lettres
    • Ed Witten, de snaartheorie en Spinoza
    • Hobbes-Leviathan
    • Goeie, ouwe Machiavelli en Il Principe
    • Jacobi_steen_kikkerpoel
    • De belijdenis van Jarig Jelles
    • Spinoza en Kunst
    • Ethica 5 Sleutelbegrip
    • Spinoza en de vrije wil
    • Spinoza Longreads Spinoza en de Barok >
      • Oscar van Rompay
      • Het Huis van Oscar
      • Spinoza en Kunst
    • Bibliografie en links
    • De interlineaire Spinoza >
      • ILS_TIE
      • ILS-E
      • ILS-CGLH
  • Bibliofilie
  • Kalender/Contact
  • WSchuermans over Spinoza en Kunst
  • Goethe en Spinoza
  • Spinoza's Physical Theory Richard ManningNieuwe pagina
  • Geen vrije wil? Mooi zo!
  • Eindelijk in Rijnsburg!
  • Spinoza en de Stoa
  • Een vriendschapsverzoek
  • Spinoza, Masaniello en de Belgische Revolutie van 1830
  • Spinoza en de Barok
  • Spinoza-Masaniello
  • Nieuw licht over Spinoza's wijsbegeerte
  • I Inleiding
  • H.A. Wolfson, Spinoza and Religion
  • Sintenis-Altkirch
  • John Caird
  • Spinoza toe-geëigend...