Spinozakring Lier
  • Home
    • Harold Foster Hallett
    • Spinozakenners van vroeger >
      • Alain V. De la raison
      • Alain III. Des sentiments et des passions
    • Spinozakenners van nu
    • English contributions >
      • Webster_PhysicsOfSpinoza
  • Leven
    • Spinozahuis Voorburg
    • Europa in de 17de eeuw
    • Kruispunt van Oost en West
    • Amsterdam >
      • Jodenvervolging in Spanje en Portugal
      • De Latijnse school >
        • Frans van den Enden - Biografie
      • Tekst van de ban
      • Spinoza's talenknobbel
    • Baruch de outcast >
      • Spinoza's vrienden
      • Rijnsburg >
        • Jean-Maximilien Lucas >
          • Lucas' biografie van Spinoza
      • Placaet van 1678
    • 's Gravenhage
    • De dood van Spinoza
    • Vroege biografen >
      • Jarig Jelles >
        • Voorreden Jarig Jelles
      • Johannes Colerus >
        • Colerus' biografie van Spinoza
      • Pierre Bayle >
        • Bayles biografie van Spinoza 1820
        • Bayles biografie vertaling 1697
  • Geschriften
    • Tractatus de Intellectus (TIE) >
      • TIE: Spinoza's levensproject >
        • AAN DE LEZER
        • INLEIDING
        • PARAGRAAF_1_17 >
          • Paragraaf_1
          • Paragraaf_2
          • Paragraaf_3
          • Paragraaf_4
          • Paragraaf_5
          • Paragraaf_6
          • Paragraaf_7
          • Paragraaf_8
          • Paragraaf_9
          • Paragraaf_10
          • Paragraaf_11
          • Paragraaf_12
          • Paragraaf_13
          • Paragraaf_14
          • Paragraaf_15
          • Paragraaf_16
          • Paragraaf_17
    • TP 04
    • Korte Verhandeling (KV) >
      • KV I.1
      • TP 10
      • KV I.2
    • Principiorum Philosophiae (PPCM)
    • Theologisch-politiek Traktaat (TTP) >
      • TTP_350jaar
    • Politiek Traktaat (TP} >
      • TP 01
      • TP 02
      • TP 03
      • TP 05
      • TP 08
      • TP 06
      • TP 07
      • TP 09
      • TP 11
      • Dubieuze passus in TP
    • Ethica (E} >
      • De korte Ethica >
        • Korte Ethica I
        • Korte Ethica II
        • Korte Ethica III
        • Korte Ethica IV
        • Korte Ethica V
      • Lezend in de Ethica - Overzicht >
        • God of materie?
        • Spinoza’s filosofie dient het leven
        • Ethica I, aanhangsel
      • Ethica handgeleid >
        • E_hgl_1
        • E_hgl_2
        • E_hgl_3
        • E_hgl_4
        • E_hgl_5
        • E_hgl_leestips
        • E_hgl_Passieleer
    • Brieven (EP} >
      • 1 korte verhandeling over God etc
      • 2 nieuwe brief-autograaf
      • 3 Vaticaans manuscript Ethica
    • Nagelate Schriften (NS) >
      • NS_VR01
      • NS_VR02
      • NS_VR03
      • NS_VR04
      • NS_VR05
      • NS_VR06
      • NS_VR07
      • NS_VR08
      • NS_VR09
      • NS_VR10
      • NS_VR11
      • NS_VR12
      • NS_VR13
      • NS_VR14
      • NS_VR15
      • NS_VR16
      • NS_VR17
      • NS_VR18
      • NS_VR19
      • NS_VR20
      • NS_VR21
      • NS_VR22
      • NS_VR23
      • NS_VR24
      • NS_VR25
      • NS_VR26
      • NS_VR27
      • NS_VR28
      • NS_VR29
      • NS_VR30
      • NS_VR31
      • NS_VR32
      • NS_VR33
      • NS_VR34
      • NS_VR35
      • NS_VR36
      • NS_VR37
      • NS_VR38
      • NS_VR39
      • NS_VR40
      • NS_VR41
      • NS_VR42
      • NS_VR43
  • Filosofie
    • Aan de lezer
    • Filosofische vooronderstellingen
    • Ethica
    • Ordine geometrico demonstrata
    • Metafysica
  • Blog Geen vrije wil? Mooi zo!
    • Blogindex
  • Lezen
    • Omtrent Spinoza >
      • Tolstoi en Spinoza
      • Spinoza en schriftvervalsing
      • Ieder zijn Spinoza
      • Mijn avontuur met het Operaportret
      • Over de twee Spinoza's
      • Brevieren... in Spinoza
      • Boeken die het leven veranderen?
      • Spinoza-light
      • De bronzen denker aan de Paviljoensgracht in den Haag
      • Spinoza en de Schone Letteren
      • Benjamin DeCasseres
      • Theun de Vries over Spinoza
      • De ethiek van Robert Misrahi in het spoor van Spinoza
      • Spinoza's Lieux de mémoire
      • De tekstdoolhof van Pierre Bayle
      • Vermeer en Spinoza
      • Gérard de Nerval, romantische naturalist
      • Graaf Stanislaus von Dunin-Borkowski S.J., Spinoza-pionier
      • Lord Bertrand Russell
      • Harold Foster Hallett (1886-1966)
      • Het dodenmasker van Spinoza...?
      • De Wereldbibliotheek en Spinoza
      • Spinoza en het humanisme
      • In memoriam Robert Misrahi
      • De niet genoemde
      • Pierre Bayle: République des Lettres
      • Ed Witten, de snaartheorie en Spinoza
      • Hobbes-Leviathan
      • Goeie, ouwe Machiavelli en Il Principe
      • Jacobi_steen_kikkerpoel
      • De belijdenis van Jarig Jelles
      • Spinoza en Kunst
      • Ethica 5 Sleutelbegrip
      • Spinoza en de vrije wil
    • Spinoza Longreads >
      • Oscar van Rompay
      • Het Huis van Oscar
      • Spinoza en Kunst
    • Bibliografie en links
    • De interlineaire Spinoza >
      • ILS_TIE
      • ILS-E
      • ILS-CGLH
  • Bibliofilie
  • Kalender/Contact
  • WSchuermans over Spinoza en Kunst
  • Goethe en Spinoza
  • Spinoza's Physical Theory Richard ManningNieuwe pagina
  • Geen vrije wil? Mooi zo!
  • Eindelijk in Rijnsburg!
  • Spinoza en de Stoa
  • Een vriendschapsverzoek
  • Een vriendschapsverzoekNieuwe pagina

Traktaat
over de Emendering van het Intellect
​Paragraaf 1

​Terug naar: Inhoud
Paragraaf 2

I DE BONIS QUAE HOMINES PLERUMQUE APPETUNT
 
Postquam me experientia docuit omnia, quae in communi vita frequenter occurrunt, vana et futilia esse; cum viderem omnia, quibus et quae timebam, nihil neque boni neque mali in se habere, nisi quatenus ab iis animus movebatur, constitui tandem inquirere, an aliquid daretur, quod verum bonum et sui communicabile esset, et a quo solo, rejectis ceteris omnibus, animus afficeretur; imo, an aliquid daretur, quo invento et acquisito, continua ac summa in aeternum fruerer laetitia.


​

I OVER DE GOEDE DINGEN DIE DE MEESTE MENSEN NASTREVEN
 
Nadat de ervaring mij had geleerd dat al wat in het gewone leven veel voorkomt ijdel en futiel is, en toen ik zag dat alles wat mij vrees en  schrik inboezemde, helemaal niets goeds of kwaads in zich had, tenzij voor zover dat mijn gemoed er door bewogen werd, besloot ik uiteindelijk uit te zoeken of er iets bestond dat het waar goed is en dat zich zou laten kennen en waarmee ik alleen, met prijsgeven van alle andere dingen,  mijn gemoed zou affecteren; dus of er soms iets bestond, dat, eenmaal gevonden en verworven, mij een ongestoorde en hoogste blijheid voor eeuwig zou laten genieten.

Gedachtenketting
1 Op grond van mijn ervaring kwam ik tot twee bevindingen:
           a) alles wat in het gewone leven het meest gebeurt is ijdel en futiel,
           b) al wat ik vreesde of al wat mij schrik inboezemde, werd niet veroorzaakt door dingen     beschouwd op zichzelf, maar alleen wanneer die mij raakten.
2 Op grond van die ervaring nam ik uiteindelijk het besluit om een onderzoek te beginnen:
          a) over de vraag of er een waarachtig goed bestaat,
          b) over de vraag of dat waarachtig goed kenbaar is en kan worden verworven,
          c) en of dat waar goed alleen de ziel kan vullen zodat ik een vreugde verwerf die ik EEUWIG én VOORTDUREND kan genieten.
 
Tekstuitleg
Postquam me experientia docuit /Nadat de ervaring mij had geleerd:
het begrip experientia/ervaring kan op twee manieren worden begrepen:
  • algemene betekenis: levenservaring,
  • filosofische betekenis: ‘zintuiglijke ervaring’ d.w.z. één van de kenwijzen, benevens het verstand, waarover de denkende mens beschikt om de natuur te onderzoeken en om tot wetenschappelijke kennis te komen.
AfbeeldingZweermans vertaling van TIE,1 (Doctoraal typoscript)


​


Spinoza doet in deze paragraaf nadrukkelijk een beroep op zijn voorbije levenservaring. Wat hij voorheen ZELF heeft meegemaakt in het leven heeft hem aan het denken gezet. Levensgebeurtenissen die hem raakten en daarom bijbleven, zijn de motor die zijn filosoferen op gang brachten. Zijn startend denkproces wortelt in de EIGEN existentie en krijgt op die wijze onmiskenbaar een existentiële authenticiteit.
​
... omnia quae in communi vita frequenter occurrunt, vana et futilia esse; /dat al wat in het gewone leven veel voorkomt ijdel en futiel is, ...:
Spinoza’s analyse van zijn levensloop tot dan toe brengt hem tot concrete bevindingen. Wanneer hij zijn voorbije leven overschouwt, stelt hij vooreerst vast dat al wat gewoonlijk gebeurt in de stroom van het dagelijks leven niet belangrijk is. Hij omschrijft het als ‘ijdel en futiel’ d.w.z. voor hem zonder enig belang en zonder enige impact op zijn zielenleven.  Maar er zijn uitzonderingen...
 
Cum viderem omnia, quibus et quae timebam …/ ... en toen ik zag dat alles wat mij vrees en schrik inboezemde ...
Spinoza focust nu zijn denken op een van die uitzonderingen, namelijk het sentiment vrees. Hij getuigt uit zijn ervaring dat sommige dingen (ook feiten/gebeurtenissen) hem vrees inboezemen. Die ervaring en dat gevoel maken deel uit van zijn leven, zijn voor hem niet uitzonderlijk want hij stelt: omnia quibus/alles waarvoor ik...
Spinoza is, als ieder van ons, een individu d.w.z. een objectieve zowel als een subjectieve entiteit. Dat individu, die entiteit is ook een onderdeel van de natuur, van de kosmos, van het Al. Het ervaart als dusdanig zowel positieve als negatieve invloeden van andere dingen/entiteiten in de natuur. Die invloeden kunnen positief zijn, bijvoorbeeld blijdschap of negatief bijvoorbeeld vrees/schrik/angst.  Wat dit vrees-gevoel betreft, komt Spinoza tot een verrassende vaststelling...
 
... nihil neque boni neque mali in se habere.../... helemaal niets goeds of kwaads in zich had ...:
de dingen/feiten/gebeurtenissen die Spinoza vrees inboezemden, blijken bij nader toezien objectief en los van de persoon beschouwd, niets goeds of niet kwaads in zich te hebben!  
 
... nisi quatenus ab iis animus movebatur... /... tenzij in de mate dat mijn gemoed er door bewogen werd...:
alleen als bepaalde dingen (feiten/gebeurtenissen) MIJN gemoed raken, alleen als IK erdoor word bewogen, aldus Spinoza, ontstaat IN MIJ een gevoel van vrees. Dat naar sentiment, dit slecht gevoel komt bijgevolg tot stand door de band tussen bepaalde dingen (feiten/gebeurtenissen) die zich in de wereld BUITEN Spinoza voordoen en HEMZELF: die band genereert in zijn gemoed een gevoel van vrees.
 
 
... constitui tandem inquirere.../... besloot ik uiteindelijk uit te zoeken...:
op basis van die vaststelling, zo deelt de auteur ons mee, heb IK, Spinoza, voor MIJZELF een gewichtig besluit genomen: ik start een onderzoek op! Opgelet, lezer, die beslissing komt niet zomaar uit de lucht te vallen: het heeft een poos geduurd eer Spinoza ze nam. Het woord tandem/eindelijk wijst daarop.
 
... an aliquid daretur, quod verum bonum/ ... of er iets bestond dat het waar goed is...:
in deze zinsnede formuleert Spinoza ZIJN persoonlijke onderzoeksvraag: zijn onderzoek gaat over de vraag of er in de werkelijkheid (d.w.z. buiten de onderzoeker) wel iets bestaat dat zonder twijfel als het ‘ware goed’ kan worden beschouwd.
 
... et sui communicale esset.../ ... en dat gekend zou kunnen worden...:
om niet zinloos te werken, wil Spinoza gelijktijdig of vooraf nagaan of zoiets in de natuur buiten zijn persoon (d.w.z. in de objectieve werkelijkheid) wel bestaat én bovendien als het bestaat dat het door de onderzoekende mens (in casu Spinoza) wel degelijk van dien aard is dat er kennis kan over worden verkregen. Ervaring én verstand zijn de kenwijzen die daartoe dienen aangewend.
 
... et a quo solo, reiectis ceteris omnibus, animus afficeretur;/...  en waarmee ik alleen, met prijsgeven van alle andere dingen, mijn gemoed zou affecteren:
Spinoza formuleert hier een belangrijk voornemen: hij wil namelijk met dat ‘waar goed’ zijn gemoed (zijn geest) volledig vullen, d.w.z. hij wil het in zijn geest dominant maken om er zijn denken én handelen (zijn ethisch bestaan) op te funderen. Dat impliceert naast het vinden en erkennen van het ‘waar goed’ ook het inzicht dat het zo waardevol, zo omvattend en zo uniek is dat het loont om er als individu spiritueel mee aan de slag te gaan, met uitsluiting van al het andere... er rest in de geest geen plaats voor een tweede ‘waar goed’ of een of ander bijkomend goed van mindere kwaliteit.
 
...immo an aliquid daretur, quo invento et acquisito,/ ... dus of er soms iets bestond, dat, gevonden en verworven...:
dus, of er in de natuur iets voorhanden is, dat eens gevonden én ‘verworven’ (acquisito) d.w.z. tot eigen bezit gemaakt, in de spirituele persoonlijkheid kan worden geïntegreerd.
 
... continua ac summa in aeternum fruerer laetitia./ ... mij een ongestoorde en hoogste blijheid voor eeuwig zou laten genieten :
Spinoza legt de lat hoog: het voorwerp van zijn onderzoek is iets dat gevonden moet worden en bovendien moet worden eigen gemaakt, d.w.z. geïntegreerd in de persoonlijkheid, zodat het een blijvend bezit wordt, de Oude Grieken spraken over een ktêma eis aiei, een bezit voor altijd...

Het gevonden ware goed wekt een gevoel op van genot, van tevredenheid. In het Latijn betekent het werkwoord fruere: genieten, verkrijgen, het vruchtgebruik hebben. Het woord is lexicologisch verwant met fructus, vrucht. Een vrucht vergt een boom die eraan voorafgaat. Genieten vergt evenzeer het vooraf bezitten van iets dat kan worden genoten. Hier in de context is dit het vinden en verwerven én het eigen maken van het ware goed.
Toelichtingen  
   
1 De authenticiteit van Spinoza. Sommige commentatoren waren (en zijn soms nog) van mening dat de eerste zeventien paragrafen van het TIE een ‘literair karakter’ hebben en slechts een zwakke of helemaal geen band hebben met het leven van Spinoza als jonge man.

Ik deel die mening niet en neem een tussenpositie in. De inleiding van het TIE steunt wel degelijk op de niet onverdeeld vrolijke levenservaring van de jonge Spinoza. Meer nog diens levenservaring is initiële drive geweest van Spinoza’s leven als denker en schrijver. De authenticiteit van inhoud en toon staan voor mij buiten kijf (Zie boven mijn inleiding).

De jongvolwassen Spinoza is natuurlijk een kind van zijn tijd en hij beschikt door studie én zelfstudie al over een flinke literaire en theologisch-filosofische eruditie. Die wordt vanzelfsprekend weerspiegeld in de stijl en inhoud van de allereerste tekst waarmee hij zijn loopbaan als filosofie-schrijver begint. Zo bekeken kunnen de zeventien inleidende paragrafen van het TIE worden beschouwd als een schakel(tje) in westerse ‘confessieliteratuur’ die met Augustines Confessiones begon en een iconisch hoogtepunt kende met de Confessions van J.J. Rousseau.

Twee auteurs kunnen met de Inleiding van het TIE in verband worden gebracht: René Descartes en Seneca Minor.

De Franse filosoof Descartes (1596-1650) bracht het grootste deel van zijn schrijversleven door in de Verenigde Republiek. In de eerste helft van de 17de eeuw stond hij daar én in West-Europa in het centrum van de filosofische belangstelling. Hij was in die tijd een eminente vertegenwoordiger van de ‘Nieuwe Wetenschap’ en richtte zijn filosofisch geschut op de scholastiek, de filosofie van de universiteiten, die op menig vlak niet meer bij de tijd was. Spinoza kon als student en als studax aan deze Fransman niet voorbijgaan: hij ontmoette hem vast al op zijn weg vooraleer hij als leerling in de Latijnse School van Frans van den Enden aantrad. Daar zal de grondige studie van Cartesius (Descartes) zonder twijfel op het leerplan hebben gestaan.

De jonge Spinoza, niet wars van nieuwe en tegendraadse ideeën, stond zeer sterk onder invloed van de Franse hemelbestormer maar daarmee wordt niet gezegd dat hij een volgzame discipel was...

Descartes’ invloed doet zich al gelden in Spinoza’s eerste geschrift. De inleidende paragrafen wekken leesherinneringen op aan Descartes’ Discours de la méthode (anoniem, 8 juni 1637, Leiden). Dat heeft meer te maken met de insteek, een ontevredenheid met het leven, dan met de feitelijke inhoud. De tekst verraadt ook Cartesiaans woordgebruik. Commentatoren verwijzen dan naar diens briefwisseling met Elisabeth van de Palts, waarin hij het hieronder vermelde traktaat van Seneca toelicht.​
AfbeeldingDe Seneca van het Rubenshuis
De lezer herinnert zich stellig ook dat Spinoza zijn eerste publicatie volledig wijdde aan de filosofie van Descartes maar niet zonder hem flink te bekritiseren...
In de post-humanistische tijd waarin Spinoza leefde waren enkele klassieke auteurs bij het geleerd publiek (kunstenaars inbegrepen) bijzonder geliefd en veel gelezen: Euclides was er één van, verder ook Ovidius (vooral diens Metamorfosen) en ook de Romeinse filosoof-literator Seneca Minor (ca. 4 v.C.-65 n.C.). Deze filosoof-toneelschrijver was op school bij Frans van den Enden incontournable: hij was immers een eminente vertegenwoordiger van de Stoa, een antieke filosofische school die in de 16de-17de eeuw hoge ogen gooide en zijn toneelwerken werden op school gelezen en opgevoerd om de leerlingen vlot Latijn te leren spreken. Geen wonder dus dat onderzoekers (o.a. prof. Wim Klever) heel wat Seneca-sporen in het werk van Spinoza terugvonden. Wat betreft de inleidende paragrafen van het TIE werd door commentatoren verwezen naar inhoudelijke overeenkomsten met Seneca’s De vita beata, ook nog in Spinoza’s tijd een stoïcijnse topper. Die Seneca-tekst lag hem vermoedelijk al van in zijn studietijd, nauw aan het hart: hij was toch een congeniale ethicus-eudaimonoloog.


​

2 Een ego-tekst. De zeventien eerste paragrafen van het TIE kunnen worden beschouwd als een ego-document. Dit type van bron wordt door historici om evidente redenen altijd met argwaan gebruikt. Gelet op het persoonlijk karakter van de tekst en op de inhoud die een denkproces beschrijven, mag die kritische omzichtigheid wat teruggeschroefd.

 Spinoza schrijft in de eerste persoon en doet de leer direct verslag over een denkproces dat hij baseert op persoonlijke levenservaringen. Soms wordt zijn IK een WIJ. Filosofen-commentatoren die naar hun beroepsaard bijna op elk woord van een auteur zout leggen, zien hierin geen pluralis majestatis maar een duidelijk signaal van Spinoza om de lezer in zijn persoonlijk verhaal te trekken en om hem te overtuigen zijn denkspoor te accepteren en om er lering uit te trekken. Een hypothese, meer niet.

AfbeeldingSpinoza signeert: Bento & Gabriël Despinoza
3 Nadat de ervaring mij had geleerd. Als we aannemen dat het geschrift in 1656-1657 geschreven werd, dan was Spinoza ca. 24 jaar. Zijn ‘ervaringsdomeinen’ situeren zich in hoofdzaak op drie levenssferen:
  • de sfeer van de opvoeding: familie en school,
  • de sfeer van het koopmansmilieu: zijn activiteit als koopman i.s.m. zijn broer Gabriël, na het overlijden van zijn vader in 1654,
  • de sociaal-religieuze sfeer: moeilijkheden met de joodse gemeente in Amsterdam die uitliep op de ban van 1656.​
​
Ik acht het evident dat Spinoza toen, als gezegd, een opgeschoten twintiger, het over eigen levenservaring heeft.  Hij getuigt in de eerste zinsnede van deze paragraaf van grote maturiteit door via persoonlijke reflexie rationele conclusies te trekken uit concrete levenservaringen.
4 Ijdel en futiel. Deze verzuchting herinnert ons aan het tweede vers van Ecclesiastes (de Prediker):
vanitas vanitatum dixit Ecclesiastes vanitas vanitatum omnia vanitas (Vulgaat-vertaling)
‘IJdelheid der ijdelheden, zegt de prediker; ijdelheid der ijdelheden, het is al ijdelheid.’ (Statenvertaling)
De woorden vana et futilia/ijdel en futiel zijn geen toevallige keuze van Spinoza. Hij is opgevoed met de Bijbel (het O.T.) en doorkneed van haar ideeën en taalgebruik. Vanzelfsprekend is hij vertrouwd met het Bijbelboek Prediker en met het vers 1,2.
 
In de 17de eeuwse kunst van de Republiek bestond vooral in de prent- en schilderkunst, een grote belangstelling voor het moralistisch ‘vanitas-genre’, dat vanuit het dominant calvinistisch levensgevoel de ijdelheid en vergankelijk van het aardse leven benadrukte in contrast met de eeuwige religieuze waarden.
 
Pro memorie herinneren we er de lezer aan dat Spinoza verderop in het TIE de ‘ervaring’ beschouwt als de laagste van alle kenwijzen, in het TIE nog ten getale van vier.
 
5 De natuur IN en BUITEN ons. Na het formuleren van de eerste zin van zijn allereerste geschrift formuleert Spinoza een fundamenteel principe van zijn Ethica:
‘... ik zag dat alles wat mij vrees en schrik inboezemde, helemaal niets goeds of kwaads in zich had, tenzij voor zover dat mijn gemoed er door bewogen werd...’
Het kwade en door een omgekeerde genealogie ook het goede zijn subjectieve categorieën geen objectieve: het zijn gedachtendingen (entia cogitationis) die in de natuur buiten de mens geen reëel pendant hebben.
De dingen en gebeurtenissen in de wereld en de perceptie ervan in het menselijk gemoed zijn twee differente zaken. De dingen in de wereld (de natuur) bezitten geen ethische qualitas, die ontstaat eerst wanneer zij worden gepercipieerd, een proces dat verschilt van individu tot individu.
In deze passus vinden wij bij de jonge Spinoza de eerste formulering zijn ethische basisstelling dat  begrippenparen de begrippenparen goed/kwaad, volmaakt/onvolmaakt zijn geen realiteiten zijn die buiten ons zelf bestaan, maar  entia rationis, d.w.z. ‘gedachtendingen’ die uitsluitend in ons verstand worden gevormd. Dit is, in de historische context beschouwd, een revolutionaire stelling die de ethiek van de geopenbaarde religies ondergraaft.
6 Het ware goed. Dit is een uitdrukking die in de Westerse filosofische traditie kan worden teruggevoerd tot in de Griekse Oudheid. Milesische natuurfilosofen als Thales, Anaximander, Anaximenes e.a. (6de eeuw v.C.) bestudeerden het ontstaan van de kosmos en probeerden het Al te herleiden tot één enkel beginsel. Socrates (5de eeuw v.C.) veranderde radicaal de scoop van de filosofie en maakt een revolutionaire ommezwaai: hij verschoof zijn blik en zijn denken van de macrokosmos, het Al, naar de microkosmos, de mens. Hij richtte zijn kijker op het zedelijk leven van de mens en filosofeerde daarom ook over het goede, het kwade en uiteraard ook over het ware goed. In Plato’s ideeënleer staan ‘het goede, het ware en het schone’ aan de top: hij beschouwt ze als de motor van het menselijk verlangen om goed te doen, van de drang naar juiste kennis en van de zoektocht naar schoonheid.
Spinoza laat in deze paragraaf de lezer over de aard van dit ware goed in het ongewisse. Eerst in § 12 licht hij toe wat hij daaronder verstaat:
kennis over de eenheid van de geest met de totale natuur (God). Die kennis is verbonden met een ethische levenswijze

 
Het hoogste goed, summum bonum, is een Latijnse term die Cicero gebruikte om een fundamenteel principe aan te duiden waarop een ethisch systeem zich baseert en voor de mens als leidraad dient om een ethisch leven te leiden.
7 Het gemoed. Over de vertaling van het woord animus bestaat onenigheid onder vertalers en commentatoren. Het kan zowel ‘ziel’ als ‘geest’ betekenen en wordt soms ook door ‘gemoed’ vertaald. Dit laatste woord slaat dan zowel op verstandelijke als op affectieve elementen van de mens.
8 De tijdsindicatie van de tekst. Het eerste woord van deze paragraaf, ‘postquam/nadat’ duidt op een tijdsverloop dat aan het verhaal voorafgaat: Spinoza doet verslag over een ervaring die voor hem nu achter de rug ligt. Hoelang die periode heeft geduurd blijft in het midden. Ervaring is altijd een proces dat zich, per essentie,  ontrolt in de tijd. Ervaring kan, zoals hier voor Spinoza, een basis zijn voor een te nemen beslissing, hij schrijft:  ... besloot ik uiteindelijk ... /... tandem constituisse)... om hierover na te denken, om hierover te filosoferen.
9 Doel van de zoektocht. Het onderzoeksdoel is niets minder dan het vinden van het ‘ware goed’, een goed dat voor Spinoza van dien aard is dat het zijn bereidheid opwekt om er zijn geest volledig mee te vullen, zodat het hem op ‘eeuwige’ (= duurzame) wijze de hoogste blijheid laat genieten.
10 Blijvende en eeuwige blijheid.  In deze eerste paragraaf beperkt Spinoza zich tot de omschrijving van het resultaat van het in bezit nemen van het ware/echte goed namelijk een blijvende hoogste vreugde (continua summa laetitia). De methode om dat resultaat te bekomen wordt hier niet behandeld. Dat zal uiterst uitvoerig worden uiteengezet in het hoofdwerk de Ethica. Daarin wordt een weg (Gr. meth-odos) uitgestippeld die tot het hier behandelde resultaat kan leiden. Spinoza’s filosofie is een zoektocht naar het menselijk geluk. Het resultaat is een geluk dat gekenmerkt wordt door volgende eigenschappen:
-het is een ongestoord continua): het continueert zich in de tijd, zonder onderbreking,
-het is de hoogste (summa) blijheid: blijheid is zoals alle gevoelens een ‘quantum’ en kan desgewenst op een schaal van 1-10 kan worden geprojecteerd,
-het is een ‘eeuwige’ blijheid die wordt genoten.
Het klinkt vreemd dat Spinoza het heeft over een ‘eeuwige’ blijheid. Op grond van wat Spinoza verderop nog meedeelt, interpreteer ik die ‘eeuwige blijheid’ als een zich in de tijd manifesterende beperkte blijheid die wordt gegenereerd door een ‘eeuwige zaak’ in casu God of de natuur.
11 De weg naar vrijheid en geluk. De wijze waarop we kennen bepaalt of we al of niet de toegangspoort tot onze vrijheid en geluk vinden. Niet alle kenwijzen leiden dartoe. Verderop in het TIE voegt Spinoza een bijzondere kenwijze toe aan traditionele (ervaring, rede), namelijk de intuïtie. Alleen deze vermag de poort naar het leven geluk te openen.
Het einde van de eerste paragraaf van het TIE sluit aan bij de laatste paragraaf van Spinoza’s hoofdwerk, de Ethica. Daar omschrijft hij meer in detail waarover het ‘genieten’ gaat. Spinoza’s denken beschrijft een lus die eindigt waar ze begon.

​Terug naar: Inhoud
Paragraaf 2

Powered by Create your own unique website with customizable templates.
  • Home
    • Harold Foster Hallett
    • Spinozakenners van vroeger >
      • Alain V. De la raison
      • Alain III. Des sentiments et des passions
    • Spinozakenners van nu
    • English contributions >
      • Webster_PhysicsOfSpinoza
  • Leven
    • Spinozahuis Voorburg
    • Europa in de 17de eeuw
    • Kruispunt van Oost en West
    • Amsterdam >
      • Jodenvervolging in Spanje en Portugal
      • De Latijnse school >
        • Frans van den Enden - Biografie
      • Tekst van de ban
      • Spinoza's talenknobbel
    • Baruch de outcast >
      • Spinoza's vrienden
      • Rijnsburg >
        • Jean-Maximilien Lucas >
          • Lucas' biografie van Spinoza
      • Placaet van 1678
    • 's Gravenhage
    • De dood van Spinoza
    • Vroege biografen >
      • Jarig Jelles >
        • Voorreden Jarig Jelles
      • Johannes Colerus >
        • Colerus' biografie van Spinoza
      • Pierre Bayle >
        • Bayles biografie van Spinoza 1820
        • Bayles biografie vertaling 1697
  • Geschriften
    • Tractatus de Intellectus (TIE) >
      • TIE: Spinoza's levensproject >
        • AAN DE LEZER
        • INLEIDING
        • PARAGRAAF_1_17 >
          • Paragraaf_1
          • Paragraaf_2
          • Paragraaf_3
          • Paragraaf_4
          • Paragraaf_5
          • Paragraaf_6
          • Paragraaf_7
          • Paragraaf_8
          • Paragraaf_9
          • Paragraaf_10
          • Paragraaf_11
          • Paragraaf_12
          • Paragraaf_13
          • Paragraaf_14
          • Paragraaf_15
          • Paragraaf_16
          • Paragraaf_17
    • TP 04
    • Korte Verhandeling (KV) >
      • KV I.1
      • TP 10
      • KV I.2
    • Principiorum Philosophiae (PPCM)
    • Theologisch-politiek Traktaat (TTP) >
      • TTP_350jaar
    • Politiek Traktaat (TP} >
      • TP 01
      • TP 02
      • TP 03
      • TP 05
      • TP 08
      • TP 06
      • TP 07
      • TP 09
      • TP 11
      • Dubieuze passus in TP
    • Ethica (E} >
      • De korte Ethica >
        • Korte Ethica I
        • Korte Ethica II
        • Korte Ethica III
        • Korte Ethica IV
        • Korte Ethica V
      • Lezend in de Ethica - Overzicht >
        • God of materie?
        • Spinoza’s filosofie dient het leven
        • Ethica I, aanhangsel
      • Ethica handgeleid >
        • E_hgl_1
        • E_hgl_2
        • E_hgl_3
        • E_hgl_4
        • E_hgl_5
        • E_hgl_leestips
        • E_hgl_Passieleer
    • Brieven (EP} >
      • 1 korte verhandeling over God etc
      • 2 nieuwe brief-autograaf
      • 3 Vaticaans manuscript Ethica
    • Nagelate Schriften (NS) >
      • NS_VR01
      • NS_VR02
      • NS_VR03
      • NS_VR04
      • NS_VR05
      • NS_VR06
      • NS_VR07
      • NS_VR08
      • NS_VR09
      • NS_VR10
      • NS_VR11
      • NS_VR12
      • NS_VR13
      • NS_VR14
      • NS_VR15
      • NS_VR16
      • NS_VR17
      • NS_VR18
      • NS_VR19
      • NS_VR20
      • NS_VR21
      • NS_VR22
      • NS_VR23
      • NS_VR24
      • NS_VR25
      • NS_VR26
      • NS_VR27
      • NS_VR28
      • NS_VR29
      • NS_VR30
      • NS_VR31
      • NS_VR32
      • NS_VR33
      • NS_VR34
      • NS_VR35
      • NS_VR36
      • NS_VR37
      • NS_VR38
      • NS_VR39
      • NS_VR40
      • NS_VR41
      • NS_VR42
      • NS_VR43
  • Filosofie
    • Aan de lezer
    • Filosofische vooronderstellingen
    • Ethica
    • Ordine geometrico demonstrata
    • Metafysica
  • Blog Geen vrije wil? Mooi zo!
    • Blogindex
  • Lezen
    • Omtrent Spinoza >
      • Tolstoi en Spinoza
      • Spinoza en schriftvervalsing
      • Ieder zijn Spinoza
      • Mijn avontuur met het Operaportret
      • Over de twee Spinoza's
      • Brevieren... in Spinoza
      • Boeken die het leven veranderen?
      • Spinoza-light
      • De bronzen denker aan de Paviljoensgracht in den Haag
      • Spinoza en de Schone Letteren
      • Benjamin DeCasseres
      • Theun de Vries over Spinoza
      • De ethiek van Robert Misrahi in het spoor van Spinoza
      • Spinoza's Lieux de mémoire
      • De tekstdoolhof van Pierre Bayle
      • Vermeer en Spinoza
      • Gérard de Nerval, romantische naturalist
      • Graaf Stanislaus von Dunin-Borkowski S.J., Spinoza-pionier
      • Lord Bertrand Russell
      • Harold Foster Hallett (1886-1966)
      • Het dodenmasker van Spinoza...?
      • De Wereldbibliotheek en Spinoza
      • Spinoza en het humanisme
      • In memoriam Robert Misrahi
      • De niet genoemde
      • Pierre Bayle: République des Lettres
      • Ed Witten, de snaartheorie en Spinoza
      • Hobbes-Leviathan
      • Goeie, ouwe Machiavelli en Il Principe
      • Jacobi_steen_kikkerpoel
      • De belijdenis van Jarig Jelles
      • Spinoza en Kunst
      • Ethica 5 Sleutelbegrip
      • Spinoza en de vrije wil
    • Spinoza Longreads >
      • Oscar van Rompay
      • Het Huis van Oscar
      • Spinoza en Kunst
    • Bibliografie en links
    • De interlineaire Spinoza >
      • ILS_TIE
      • ILS-E
      • ILS-CGLH
  • Bibliofilie
  • Kalender/Contact
  • WSchuermans over Spinoza en Kunst
  • Goethe en Spinoza
  • Spinoza's Physical Theory Richard ManningNieuwe pagina
  • Geen vrije wil? Mooi zo!
  • Eindelijk in Rijnsburg!
  • Spinoza en de Stoa
  • Een vriendschapsverzoek
  • Een vriendschapsverzoekNieuwe pagina