Eerder publiceerde ik al enkele teksten over de relatie Goethe-Spinoza, maar omdat er vorig jaar enkele belangrijke boeken over Goethe werden gepubliceerd, kom ik er graag nog eens op terug. In 2024 publiceerde T. Steinfeld,Goethe, Porträt eines Lebens, Bildeiner Zeit, Berlin, 2024. In hetzelfde jaar kwam er al een tweede druk. In hetzelfde jaar verscheen van de hand van A.N. Wilson, Goethe His Faustian Life, London, 2024, 406 p. Beide boeken werden voorzien van een register zodat ik snel kon nagaan of de auteurs in hun Goethe-boek ook Spinoza ten berde brachten.
Eerst het boek van Thomas Steinfeld (1954), journalist, auteur en vertaler. Hij vermeldt Spinoza op acht plekken. Hoewel die ons geen nieuwe inzichten over de relatie Spinoza-Goethe bezorgen, stellen ze die relatie wel wat scherper in het licht en dat helpt om onze gedachten in deze materie beter en wat omstandiger te ordenen.
Als Goethe met Spinoza in verband wordt gebracht dan denken beslagen Spinoza-lezers eerst en vooral aan zijn rol in de Pantheismusstreit die in 1785 in Duitsland losbarstte en aan een Goethe-gedicht dat mee aan de oorsprong lag van het dispuut. Maar, nota bene, Goethe was al sinds ca. 1768, meer dan 15 jaar eerder, bezig met onze filosoof! In 1765 ging Goethe in Leipzig rechten studeren omdat zijn vader dat zo wilde. In augustus 1668 vertrok hij evenwel ernstig ziek naar huis in Frankfurt. Hij verbleef in de woning van zijn ouders tot in het voorjaar van 1770. In die periode, zijn laatste verblijf in zijn vaderstad, las hij veel geschriften over alchemie, chemie en occultisme. Via zijn moeder werd hij geconfronteerd met het piëtisme en dacht hij ook na over religie. Zeker kwam ook toen al Spinoza in zicht, maar diens filosofie paste niet in zijn toenmalige filosofische belangstelling, zodat het bij een zeer oppervlakkige en vooral negatieve kennismaking bleef.
In maart 1770 zette Goethe zijn studies verder in Straatsburg. Het belangrijkste wat hem in zijn Straatsburg-periode (1770-1771) overkwam, was zijn amourette met Friederike Brion en zijn kennismaking met Johann Gottfried Herder (1744-1803), die er verbleef om daar een hardnekkige oogkwaal te laten verzorgen door een vermaarde oogarts. Niemand die eraan twijfelt dat tijdens hun lange gesprekken (in de studentenkroeg en elders) met studentenvuur over Spinoza werd gedisputeerd. Algemeen wordt aanvaard dat daar de wortels voor Goethes meer diepgaande kennismaking met Spinoza dienen gezocht. De invloed van Spinoza is merkbaar in twee weinig bekende onvoltooide theologische traktaten die Goethe schreef in 1773 en ook uit zijn evenzeer weinig bekend en onvoltooide epos over ‘Der ewige Jude’ van 1774, eerst vier jaar na Goethes dood (1832) gepubliceerd...
Wat de relatie Goethe-Spinoza betreft onderscheidt men het best twee periodes: 1 Goethes eerste Spinoza-periode, die vermoedelijk al begon ca. 1768 op zijn ziekbed in Frankfurt, is gekenmerkt door oppervlakkige kennis van de filosoof en door afwijzing. Goethes Spinoza-beeld spoort met wat toen in brede filosofische kringen in Duitsland over Spinoza werd gedacht: die werd toen beschouwd als een ‘dode hond’ (cf. Lessing/Jacobi), en het toen algemeen aanvaard Spinozabeeld is dat van Pierre Bayle in diens druk gelezen Dictionaire Historique et Philosophique en van een aantal radicaal-Verlichte filosofen, die in onze filosoof de voorvechter zagen van het materialisme.
2 Goethes tweede Spinoza-periode, vanaf ca. 1770 tot aan zijn overlijden, kenmerkt zich door een meer diepgaande kennis van Spinoza’s filosofie die getoonzet is in een uitermate positieve toonsleutel. Hoe groot de invloed van Spinoza op zijn leven en werken is geweest, beschrijft Goethe vele jaren later in zijn, altijd met een flinke korrel zout te lezen, autobiografie Dichtung und Wahrheit.
Andrew Norman Wilson (°1950) is een mondiaal bekend journalist, essayist en romanschrijver en bovendien ook een gerenommeerd biograaf: hij schreef een Tolstoi-biografie die bekroond werd met de Whitbread-prijs in 1988 (zeer aanbevolen!) en in 2015 een iconoclastische biografie over Darwin die erg op de korrel werd genomen door Darwin-experten.
Zijn recente Goethe-biografie (2024, 406 blz.) schreef hij vanuit het perspectief van Goethes Faust, een tekst waaraan de Duitse Olympiër heel zijn leven bleef sleutelen: op dit punt is hij te vergelijken met Spinoza en de voltooiing van diens Ethica. Het register van Wilsons boek verwijst naar een zestal Spinoza-vermeldingen. Die voegen weinig of niets toe aan wat Steinfeld ons vertelt. Wilson is het kennelijk eens met de opvatting van Steinfeld, e.a. die stelt dat Spinoza al tijdens zijn ernstige ziekte na zijn studietijd in Leipzig, dus ca. 1768, met Spinoza kennis maakte.
Wilson verwijst naar Goethes brief van 7 april 1773 die hij onnauwkeurig vertaalt. Die brief is gericht aan zijn vriend Höpfner en bevat volgende passus:
‘Ihren Spinoza hat mir Merck geben. Ich darf ihn doch ein wenig behalten? Ich will nur sehen wie weit ich dem Menschen in seinen Schachten und Erdgängen nachkomme.’ ‘Merck gaf me je Spinoza. Mag ik hem even houden? Ik wil gewoon kijken hoever ik de man in zijn zijn schachten en tunnels kan volgen.'
Deze zinsnede bewijst duidelijk dat Goethe in april 1773 Spinoza nog niet grondig had bestudeerd. Onthullend is ook dat hij in de zin die volgt op het citaat Herder vernoemt, wat erop wijst hoe zeer beide figuren in zijn geest gelinkt waren.
Op blz. 99 geeft Wilson duidelijk te kennen hoe hij over Spinoza denkt:
‘... he was in fact a profoundly religious thinker, believing, as Plato had done, in the timeless immutability of mathematical truth and in the eternity of mind.’
We weten nu meteen aan welke zijde Wilson zich positioneert in het aloude en inmiddels wat vervelende Spinoza-dispuut over diens materialisme of spiritualisme...
Wie Goethe, zijn tijd en zijn oeuvre beter wil leren kennen, leze Thomas Steinfelds studie: rijk gedocumenteerd, goed geschreven en dus erg leesbaar, maar helaas, een baksteen van 784 blz., een aanslag op de afgemeten levenstijd die eenieder beschoren is... Willy Schuermans 18.08.2025